| In haar kast zit een doos, in die doos zit een brief |
| Die schreef ik haar ooit, maar ze las hem toen niet |
| Want ze wist dat ik toen toch niet beter wist |
| En ik was weer eens boos en ik werd niet gehoord |
| Mama weent niet want ze wil niet dat ik ween |
| Haar tranen zijn voor haar en haar alleen |
| Mama weent niet want ze wil niet dat ik ween |
| Van de vrouw die ze was voor ze me heeft gehad |
| Weet ik weinig of niets, ken ik weinig verdriet |
| Was ze wulps zoals m’n zus, heeft ze meisjes gekust… |
| Misschien heeft ze ooit opgeschreven wat ze door ons heeft gemist |
| Misschien waren er dagen waar ze zelf geen raad mee wist |
| Maar als ik morgen d |
| ronken ben en meer durf dan vandaag |
| Dan vraag ik het haar, ja dan vraag ik het haar |
| En voor alle bange uren |
| Die ze aan ons heeft verspild |
| Schenk ik haar 10 000 bloemen |
| Want die heeft ze echt verdiend |
| En als ik morgen dronken ben en meer durf dan vandaag |
| Dan geef ik ze haar, ja dan geef ik ze haar |